Cuba's meest gevierde congaspeler — Tata Güines bracht de conga-drum van Afro-Cubaanse religieuze ceremonies naar jazz, populaire muziek en concertpodium, en definieerde wat het instrument kon doen in de handen van een virtuoos.
Geboren als Trinidad Torregrosa Flores in Güines, provincie Havana, begon Tata Güines te spelen in de straten en de solar (binnenplaats van een huurkazerne) rumba-traditie voordat hij zijn buitengewone technische vaardigheid ontwikkelde. Hij werd de eerste Cubaanse congaspeler die internationale erkenning verwierf als solist en werkte met jazzmusici zoals Nat King Cole tijdens zijn Cubaanse periode, en later met tal van jazz- en Latijnse muziekartisten.
Zijn techniek — de snelheid, het tonale bereik dat hij uit de conga kon halen, de manier waarop hij rumba-patronen integreerde met jazzfrasering — beïnvloedde elke serieuze congaspeler die volgde. Hij werkte over genres heen zonder ooit zijn Afro-Cubaanse wortels te verliezen, en zijn opnamen laten zien wat hem uniek maakte: ritmische intelligentie gecombineerd met een bijna lyrisch fraseergevoel.