De trompettisten en fluitisten wier geluid de twee grote Cubaanse orkestformaten definieerde — de charanga (fluit) en het conjunto (trompet).
Twee instrumenten boven alle andere bepaalden de melodische identiteit van de Cubaanse dansmuziek: de Franse fluit in de charanga en de trompet in het conjunto en de orquesta. De spelers hier beheersten die stemmen en gaven de Cubaanse muziek een groot deel van haar onderscheidende karakter.